Wat doet Lantis met de verontreinigde gronden?

Wat gebeurt er met de verontreinigde gronden?

Alle verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden. Als bouwheer van de Oosterweelverbinding zijn we bovendien gebonden aan het ‘standstill-principe’. Dat wil zeggen dat onze werken enkel mogen zorgen voor een verbetering of status quo van de verontreiniging. Lantis mag dus geen bijkomende risico’s veroorzaken voor mens en milieu, bijvoorbeeld door zwaarder vervuilde gronden op minder vervuilde gronden te leggen. (De Commissie Grondverzet oordeelde in haar advies van 22/2/2022 dat de informatie in de Technische Verslagen aantonen dat de principes van het standstill-principe, zoals omschreven in Vlarebo (hergebruik en traceerbaarheid) en volgens de codes van goede praktijk van OVAM, worden nageleefd.)
 
De gronden met de hoogste concentraties (zones met meer dan 47 microgram/kg ds worden zorgvuldig afgedekt. Daardoor zal die verontreiniging zich dus niet meer kunnen verspreiden via de lucht of het grondwater, wat wel het geval is als alles blijft zoals het is. De maatregelen die we nemen, zorgen ervoor dat een groot deel van de verontreiniging beter ingedamd wordt dan voorheen. De Oosterweelwerken zorgen dus voor een verbeterde situatie: 55% van de vuilvracht in de door Lantis verplaatste gronden op linkeroever wordt op die manier afgeschermd van de omgeving.

Ook de andere gronden blijven op de werf. Gronden uit zones met een concentratie tussen 3 en 47 microgram/kg ds worden binnen het projectgebied hergebruikt voor bouwkundig bodemgebruik, bijvoorbeeld in bermen. Ook gronden met een lagere concentratie dan 3 microgram blijven op de werf. De werf op Linkeroever heeft namelijk meer grond nodig dan er wordt opgegraven. Daarom kunnen we zeer uitdrukkelijk zeggen dat de verontreinigde grond op de werf blijft, en nergens anders belandt.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties voor de Oosterweelverbinding?

Neen, alle verontreinigde gronden op Linkeroever en Zwijndrecht blijven op de site waar ze ontgraven werden. De grond blijft dus ter plaatse in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht.

Wordt er verontreinigde grond gebruikt op andere locaties buiten het gebied van de Oosterweelverbinding?

Neen, de verontreinigde gronden blijven op de site waar ze ontgraven werden: in het projectgebied van Linkeroever en Zwijndrecht. Er wordt geen vervuilde grond afgevoerd naar andere plekken. 

Er zijn plannen om bepaalde groeven of putten elders in Vlaanderen op te vullen met gronden die opgegraven worden tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding zoals de kleiputten van Rumst of het Wonderwoud in Lochristi. Maar hiervoor zal geen met PFOS verontreinigde grond gebruikt worden. 
 
Bovendien is het zo dat vooraleer er ergens grond naartoe gebracht wordt, er een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Als onderdeel van die omgevingsvergunningsaanvraag moet een erkend bodemsaneringsdeskundige een studie opstellen waarin de milieu-hygiënische acceptatiecriteria worden bepaald. Zo kan nagegaan worden welke stoffen de grond wel of niet mag bevatten. Dit zorgt dus voor de bijkomende garantie dat de aangevoerde grond geen verontreiniging van het grondwater of van de omgeving kan veroorzaken. 

Meer weten? Check de webinar over PFAS van maart 2022. 

 

Laatste Update: 7 maart 2022

Hoe is Lantis omgegaan met het tweede advies van de Commissie Grondverzet Oosterweel (22-2-2022)

Wat hield het advies juist in?

Eind december 2021 schorste de Raad van State de conformverklaring van het Technisch Verslag dat de grondwerken op de Oosterweelwerf Linkeroever Zwijndrecht mogelijk maakt. Daardoor werd het grondverzet binnen deze Oosterweelwerken tijdelijk geschorst.** 

Op vraag van minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters kwam de Commissie Grondverzet Oosterweel, o.l.v. professor Karl Vrancken, op 22 februari 2022 met een nieuw advies over deze grondwerken. Om tegemoet te komen aan de vraag van betrokken stakeholders werd de Expertencommissie uitgebreid met twee onafhankelijke Nederlandse experten, prof. Jacob De Boer (Vrije Universiteit Amsterdam) en Arjen Wintersen (RIVM).

De Commissie Grondverzet pleit in haar tweede advies onder andere voor een gecentraliseerde opslag van de verontreinigde gronden op de terreinen van 3M in een goed ingekapselde berm, met monitoring van de grondwaterkwaliteit. Voor de meest vervuilde fractie raadt de commissie de originele beschermingsmaatregelen aan: zowel onder- als bovenafdek met folie. Hierdoor wordt een belangrijk deel van de vuilvracht uit het systeem verwijderd. De verplaatste gronden met de zwaardere verontreiniging moeten ingekapseld worden. De zwaarst verontreinigde gronden moeten  afgevoerd worden. Voor zones tussen de 14,4 en 47 μg/kg ds som PFAS moeten recreatief gebruik en toegang tot de onverharde zones maximaal ontmoedigd worden.

Het volledige advies en rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen.

Lantis heeft de aanbevelingen van de Commissie Grondverzet ter harte genomen. Wie graag in de technische details duikt, hierna volgt per aanbeveling de wijze waarop de erkende bodemsaneringsdeskundigen en Lantis het advies van de Commissie hebben verwerkt in de Technische Verslagen Infrastructuurwerken Linkeroever en Scheldetunnel (maart 2022) of in andere relevante documenten en beslissingen.

Hoe is Lantis omgegaan met dit advies? 

Aanbeveling 1: < 3 µg/kg ds PFOS, < 3 µg/kg ds PFOA en < 8 µg/kg ds som PFAS: vrij gebruik 

Deze aanbeveling werd reeds geïmplementeerd in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22/11/2021 en is in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden.  

Aanbeveling 2: Alle zoneringscriteria* worden uitgedrukt in som PFAS, volgens het 'compendium voor de monsterneming en analyse' (CMA) (zowel de kwantitatieve als indicatieve parameters), tenzij anders vermeld

Op aanbeveling van de Commissie Grondverzet werd de som PFAS in de Technisch Verslagen berekend met zowel de kwantitatieve als de indicatieve PFAS-parameters en werd het eerste zoneringscriterium* worstcase aangepast van 14,4 µg/kg ds PFOS naar 14,4 µg/kg ds som PFAS.  
 
Het advies van de Commissie Grondverzet - dat een stuk strenger is dan de richtlijnen van de OVAM - werd gerespecteerd en verwerkt in de huidige Technische Verslagen (maart 2022). 

Aanbeveling 3: > 3 µg/kg ds en < 14,4 µg/kg ds: hergebruik in zones met zelfde kwaliteit zonder gebruiksbeperkingen 

Deze aanbeveling werd reeds geïmplementeerd in het Technische Verslag dd. 22/11/2021 en is in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden. 

De bovengrens werd, op vraag van de commissie grondverzet (zie aanbeveling 2) aangepast van 14,4 µg/kg ds PFOS naar 14,4 som PFAS. Op basis van de aanbevelingen wordt de som PFAS beschouwd als de som van zowel de kwantitatieve als de indicatieve parameters die werden geanalyseerd. De Technische Verslagen werden hierop aangepast. 

In de Technisch Verslagen wordt, aanvullend op de 3-delige code, een “!”* toegekend aan deze gronden.  

Aanbeveling 4: De commissie stelt voor om het tweede zoneringscriterium* aan te passen naar 47 µg/kg ds som PFAS. Verontreinigde bodemmaterialen met concentratie boven deze waarde moeten opgeslagen worden in tijdelijke opslagplaatsen met boven- en onderafdek. Bij de evaluatie van de verontreiniging van een bepaalde (sub)zone, worden de meetwaarden geëvalueerd en uitgemiddeld volgens de normaal gehanteerde procedures bij grondverzet. 

Overeenkomstig het addendum van 28/02/2022 dient de aanpassing van het tweede zoneringscriterium beschouwd te worden als de rekenkundig gemiddelde concentratie per (sub)zone, afgeleid in functie van een humane risicobeoordeling. Het rekenkundig gemiddelde is een goede weergave van de bodemkwaliteit van de beschouwde subzones. De huidige Technische Verslagen (maart 2022) werden aangepast aan deze aanbeveling.  

Aanbeveling 5: Bodemmaterialen met concentratie som PFAS >14,4 µg/kg ds en <47 µg/kg ds kunnen hergebruikt worden in zones waar actief recreatief gebruik op niet-verharde bodem vermeden worden en toegang ontmoedigd wordt. De commissie stelde daarnaast nog specifieke gebruiksadviezen op voor een beperkt aantal zones in de nabijheid van bewoning.   

Grond met tussen de 14,4 en 47 μg/kg ds som PFAS komt voornamelijk terecht in bermen langs autosnelwegen. Hier is het gezien de lucht- en geluidskwaliteit en naar veiligheid toe niet aangewezen om recreatief gebruik te voorzien. De terreinen zullen door Lantis ook zo ingericht worden dat betreden van de zones maximaal ontmoedigd worden, door het voorzien van voldoende dichte begroeiing en eventueel door het terrein ontoegankelijk te maken door het plaatsen van afsluitingen.

Aanbeveling 6: De commissie blijft voorstander van een gecentraliseerde opslag van de verontreinigde gronden op de terreinen van 3M in een goed ingekapselde berm, met monitoring van de grondwaterkwaliteit. 

De beschreven toepassingsvoorwaarden van de sterkst verontreinigde gronden blijven in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) behouden, maar door het arrest van de Raad Van State dd. 29/12/2021, kan de zone ‘beveiligingsberm 3M’ momenteel geen deel uitmaken van de PFAS-houdende kadastrale werkzone. Bijgevolg kan de gecentraliseerde toepassing van verontreinigde gronden op het terrein van 3M onder de vorm van een beveiligingsberm momenteel niet plaatsvinden. 

Via de ingediende bijstellingsvoorwaarden van de omgevingsvergunningen, waarvan de procedure momenteel lopende is, wordt bij toepassing van de sterkst verontreinigde grond de monitoring van grond- (en oppervlaktewater) georganiseerd.

Onder leiding van Karl Vrancken en in samenwerking met OVAM, 3M en andere stakeholders wordt er werk gemaakt van een globaal saneringstraject voor de ruime omgeving van 3M. De verwerking van de meest vervuilde gronden zal ingepast worden binnen dit globale saneringstraject, waarbij alle pistes in dit kader verder in beeld gebracht worden en onderzocht.  

Aanbeveling 7: Voor de opslag van de meest verontreinigde fractie (in de technische verslagen >70µg/kg ds som PFAS) wordt dan ook aanbevolen om de oorspronkelijke werkwijze (bovenafdek: vezeldoek – klei – folie; onderafdek: folie) te behouden. 

Conform de Technische Verslagen wordt deze grond afgedekt met een HDPE-folie van 2,5 millimeter dik, in combinatie met een kleilaag van bentoniet, trisoplast of een gelijkwaardige methodiek. Bovenop deze afscherming wordt een erosiebestendige leeflaag aangebracht. De in de aanbeveling omschreven drielagige bovenafdek (vezeldoek – klei – folie) stemt hiermee overeen.

De onderafdek wordt door de opdrachtgever (Lantis) voor de aanleg van de nog te realiseren bermen opgelegd als bestekeis aan de aannemer.

Aanbeveling 8: PFAS-houdende gronden met een concentratie groter dan 1000 µg/kg ds som PFAS moeten worden afgevoerd voor verwerking. 

Dit stemt overeen met wat reeds in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22/11/2021 was opgenomen. De aanbeveling wordt dus gerespecteerd. 

Aanbeveling 9: De Commissie beveelt aan om ook de toplaag van de bermzone ten Zuid-Westen van de knoop R1-E34, die aansluit bij de Polderstraat uit te voeren in zuivere grond. 

Op het zoneringsplan van het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever wordt aangegeven dat, aanvullend op het standstillprincipe, ter hoogte van deze bermzone (zone 208), deze berm zal worden afgedekt met een leeflaag geschikt voor vrij hergebruik of gronden met van nature verhoogde concentraties aan arseen en chroom in concentraties kleiner dan 80 % BSN type III, wat beschouwd wordt als “zuivere grond”.  

Aanbeveling 10: De zone Regatta/Katwilgweg: deze zone heeft kwaliteit !!!*: de grond moet dus sowieso afgevoerd worden en de aanleg van de parkzone gebeurt met zuivere grond. 

De aanbeveling wordt gerespecteerd. Conform de voorwaarden opgenomen in de eerdere versies van de Technische Verslagen kunnen de gronden met ‘!!!’* hergebruikt worden binnen subzone ‘!!!' onder voorwaarden (inpakken) en dit bij voorkeur op de terreinen van 3M. De concrete toepassing zal deel uitmaken van het globale saneringstraject voor de omgeving. 
 
Met de aanbeveling omtrent de afdek met zuivere grond van deze parkzone nabij de wijk Regatta/Katwilgweg werd reeds rekening gehouden in het Technisch Verslag Infrastructuurwerken Linkeroever dd. 22 november 2021. Deze voorwaarde wordt in het huidige Technisch Verslag 22 dd 03/03/2022 overgenomen.  

Aanbeveling 11: De toekomstige parkzone boven de bestaande op- en afrit 6 linkeroever heeft kwaliteit “!”: de aanleg van dit gebied gebeurt met bodemmaterialen < 14.4 mg/kg ds.

Dit is inherent aan de toepassing van het standstillprincipe (dit wil zeggen dat de werken die we uitvoeren niet mogen zorgen voor een verdere verspreiding van de PFOS-verontreiniging) en de bijhorende subzonering. 

Deze aanbeveling wordt dan ook gerespecteerd. 

Aanbeveling 12: De commissie acht het aangewezen dat ook ter hoogte van de tijdelijke opslag een monitoring van de grondwaterkwaliteit wordt voorzien. 

Uit het addendum bij het advies van de expertencommissie blijkt dat de ‘tijdelijke opslag’, zoals in bovenstaande aanbeveling wordt omschreven, niet de tussentijdse werfopslag betreft, maar wel de functionele toepassing (in bijvoorbeeld een berm) van de sterkst verontreinigde gronden zoals omschreven in de Technische Verslagen (en dit in afwachting van een eventuele sanering door 3M). De monitoring van de grondwaterkwaliteit is in dit kader, voor de gehele werkzone trouwens, voorzien en wordt via de ingediende bijstellingsvoorwaarden van de omgevingsvergunningen, waarvan de procedure momenteel lopende is, ook juridisch verankerd. 

Aanbeveling 13: De Commissie Grondverzet beveelt aan dat ook rekening gehouden wordt met perfluor-1-butaansulfonamide (PFBSA), vermits deze molecule ook door 3M wordt geproduceerd. Bij bepaling van de som PFAS moeten dus zowel de 28 kwantitatieve als 8 indicatieve parameters (waaronder PFBSA) gemeten worden.

De staalnames en analyses van de bodemstalen vonden en vinden steeds plaats conform de door de OVAM gepubliceerde richtlijnen die van toepassing zijn op het ogenblik van de staalname. Het analysepakket dat geanalyseerd moet worden, alsook de in het analysepakket opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve parameters, is de afgelopen maanden en jaren sterk gewijzigd. In het verleden zijn logischerwijze niet steeds alle op dit ogenblik onderzoeksplichtige parameters onderzocht. Niettemin zijn er meer dan voldoende analyseresultaten beschikbaar om een correcte uitspraak omtrent de verontreinigingsgraad te kunnen doen. 

De parameter PFBSA, die sinds december 2021 is opgenomen in het ontwerp CMA  als indicatieve parameter, werd in het beschrijvend bodemonderzoek van 3M voldoende onderzocht. 400 stalen werden in dat kader geanalyseerd op PFBSA. In 179 stalen is de detectielimiet van PFBSA overschreden. De hoogste concentratie bedraagt 37 µg/kg ds. Het betreft een staal dat werd genomen van het substraat in een serre en dus niet relevant is. De andere concentraties bedragen maximaal 3.2 µg/kg. De hoogste concentraties bevinden zich in de toplagen van de bodem (0.0-0.15 en 0.15-0.5 m-mv). Dieper dan 1 m-mv zijn er geen concentraties groter dan de detectielimiet vastgesteld. Alle concentraties PFBSA die de detectielimiet overschrijden bevinden zich in de subzone met concentraties groter dan 14.4 µg/kg ds som PFAS. Er is dus geen impact van PFBSA op het bepalen van de codes van de verschillende zones. 
 
Ter volledigheid wordt ook de verdachte parameter PFHxSA even kort toegelicht. Er werden, in functie van het beschrijvend bodemonderzoek van 3M, 400 stalen geanalyseerd op PFHxSA. Slechts in 1 staal is de detectielimiet van PFHxSA overschreden. De hoogste concentratie bedraagt 0.42 µg/kg ds in een staal van de toplaag (0-0.2 m-mv). Het staal dat de detectielimiet van PFHxSA overschrijdt, bevindt zich in de subzone met concentraties groter dan 14.4 µg/kg ds som PFAS. Er is dus geen impact te verwachten van PFHxSA op het bepalen van de codes van de verschillende zones. 

Aanbeveling 14: Bij uitvoering van de werken moet ervoor gezorgd worden dat de diepe grondwaterlaag in de zone Scheldetunnel niet verontreinigd wordt. Dit houdt in dat de diepere bodemlagen, waarin voor uitgraving geen PFAS-houdende gronden aanwezig zijn, niet aangevuld zullen worden met PFAS-verontreinigde gronden. 

De in de huidige Technische Verslagen (maart 2022) beschreven subzoneringsaanpak van de PFAS-houdende kadastrale werkzone met !, !! en !!!* en de daaraan verbonden hergebruiksmogelijkheden impliceert dit reeds. Deze aanbeveling wordt dan ook volledig gerespecteerd. 
 
* Codering subzoneringsaanpak !, !!, !!!, !!!!
!:  PFAS-houdende gronden met een concentratie > 3 µg/kg ds PFOS/PFOA of 8 µg/kg ds som PFAS en < 14,4 µg/kg ds som PFAS
!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie 14,4 µg/kg - 47 µg/kg ds som PFAS 
!!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie  >47 µg/kg ds som PFAS en < 1000 µg/kg ds som PFAS
!!!!: PFAS-houdende gronden met een concentratie > 1000 µg/kg ds som PFAS

 

** UpdateOp 19/04/2022 heeft de Raad van State de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil. De juridische analyse van het arrest en de gevolgen daarvan zijn momenteel volop aan de gang.

 

Hoe komt het dat de Oosterweelwerken 7 maart 2022 terug kunnen opstarten, twee maanden na het arrest van de Raad van State?*

Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Als gevolg van dit arrest moesten de grondwerken in en met gebiedseigen gronden binnen het Oosterweelproject worden stilgelegd.

Hoe komt het dat de werken terug kunnen opstarten?

Om tegemoet te komen aan het oordeel van de Raad van State heeft Lantis nieuwe Technische Verslagen met aparte Kadastrale Werkzones per vergund (deel)project opgemaakt. In nauw overleg met bodembeheersorganisatie Grondbank werden de technische verslagen volledig herwerkt, waarbij ook de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet werden meegenomen. Grondbank zette vervolgens het licht op groen om de grondwerken in de werkzone Linkeroever op 7 maart 2022 opnieuw te starten. Dit gebeurde na grondige analyse door de Expertencommissie Grondverzet, waarover ook werd afgestemd met de OVAM.

Concreet betekent dit dat de werken met gebiedseigen grond, grond afkomstig uit de werfzones, opnieuw uitgevoerd kunnen worden. De gronden blijven wel binnen de specifieke werkzone.

Houden de werken dan geen bijkomend risico in voor de omwonenden?

De Expertencommissie Grondverzet, onder leiding van Prof. Karl Vrancken, bevestigde dat het stand-still principe wordt gerespecteerd en dat het Oosterweelproject de vervuilingssituatie zelfs verbetert. Lantis heeft de aanbevelingen via de Technische Verslage nondertussen omgezet in strengere criteria, die vanaf nu op het terrein zullen toegepast worden. Daarnaast formuleerde de commissie unaniem enkele bijkomende aanbevelingen waar Lantis mee aan de slag is gegaan.

Wat gaat er nu gebeuren met de meest vervuilde grond? Volgt er een saneringstraject en wat houdt dat in?

De bodemverontreiniging is ontstaan op het terrein van 3M. Ook de saneringsplicht ligt bij 3M. De verdere realisatie van de Oosterweelverbinding zal deel uitmaken van een ruimer saneringstraject van dit bedrijf. Dit traject heeft als doel de blootstelling met PFAS vanuit de bodem en het grondwater te verminderen. De focus ligt in eerste instantie op de gezondheidsrisico’s voor de omgeving.

Nieuw is het traject niet. De eerste stappen dateren al van 2009 en hadden – met de toenmalige inzichten – vooral betrekking op het beheersen van de PFAS-verontreiniging in het grondwater zodat deze zich niet verder zou verspreiden naar de omgeving. Deze beheersmaatregelen zijn nog altijd van toepassing.

Sinds 2019 is met een verstrengd toetsingskader dit saneringstraject geactualiseerd met de eerste fase van het beschrijvend bodemonderzoek. Hierbij worden in eerste instantie de gezondheidsrisico’s voor de omgeving in kaart gebracht. Dit beschrijvend bodemonderzoek werd in opdracht van 3M afgewerkt op 10 februari 2022 en wordt momenteel door OVAM beoordeeld in samenwerking met o.m. het Agentschap Zorg en Gezondheid en VMM.

De eerstvolgende stappen in dit saneringstraject krijgen concreet vorm: 3M engageert zich om de kernsanering op het eigen terrein te optimaliseren, het woon- en landbouwgebied rondom de bedrijfssite te saneren en daarnaast  ook mee te werken aan de sanering van de Oosterweelgronden. Op deze manier wordt de verontreinigde grond van de Oosterweelwerken meegenomen in de sanering uit te voeren door 3M. Er wordt ook een plan van aanpak opgezet voor een sanering in een ruimere omgeving op langere termijn.

Daarnaast wordt er door 3M onmiddellijk actie ondernomen met een onmiddellijke impact op de omgeving. De te nemen maatregelen zorgen voor een extra beperking van het risico op blootstelling en hebben een positief effect op de werken die Lantis uitvoert binnen de projectzones op de Antwerpse Linkeroever:

  • In afwachting van grondige volgende stappen rond sanering, wordt het bedrijfsterrein van 3M zo snel mogelijk afgedekt met grind zodat verspreiding van het stof door verwaaiing wordt tegengegaan.
  • Er wordt meteen werk gemaakt om de dagelijkse grondwaterstroom van PFAS-houdend water naar de Palingbeek te onderbreken en op het terrein van 3M te houden
  • De sanering van de Palingbeek wordt volledig uitgevoerd, in volkomen synergie met de werken aan de Oosterweelverbinding.

Lantis werkte mee aan het inpassen van de grondverzetswerken in het saneringstraject om zo tot een geïntegreerde aanpak voor Zwijndrecht en omgeving te komen. Dit gebeurde onder coördinatie van Karl Vrancken en in samenwerking met onder andere OVAM, 3M, de gemeente Zwijndrecht en andere stakeholders. Lantis zal haar werkzaamheden verder monitoren en hierover regelmatig en transparant communiceren met omwonenden en de betrokken Vlaamse administraties.

Meer weten? Bekijk de PFAS webinar van maart 2022

UpdateOp 19/04/2022 heeft de Raad van State de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel opnieuw geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil. De juridische analyse van het arrest en de gevolgen daarvan zijn momenteel volop aan de gang.

De Raad van State Schorste de Technische Verslagen (december 2021), wat nu? 

Wat houdt het arrest van de Raad van State in? 

Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Als gevolg van dit arrest moesten de grondwerken in en met gebiedseigen gronden binnen het Oosterweelproject worden stilgelegd.    

De Raad verwijst naar de tekst van artikel 158, 5° Vlarebo, waarin vereist wordt dat de Kadastrale Werkzone wordt vastgesteld in het kader van ‘eenzelfde project’. Vermits er in dit geval drie vergunde projecten zijn (Infrastructuurwerken Linkeroever; Scheldetunnel; Aanleg Veiligheidsberm), besluit de Raad dat de Kadastrale Werkzone niet in het kader van eenzelfde project werd vastgesteld maar van drie onderscheiden projecten.  

De Raad van State beslist om de tenuitvoerlegging van de conformverklaring van de geactualiseerde technische verslagen LO en ST te schorsen. 

Wat is een Kadastrale Werkzone (KWZ) en hoe werd dit toegepast binnen het Oosterweelproject? 

Een kadastrale werkzone is een zone die bestaat uit een geheel van gronden met soortgelijke kenmerken. Het betreft kenmerken die een betekenisvol effect op het milieu hebben of een betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden. De Kadastrale Werkzone is een onderdeel van het Technisch Verslag, en wordt afgebakend  door een erkend bodemsaneringsdeskundige op basis van een code van goede praktijk van OVAM. Conform Vlarebo kunnen binnen éénzelfde KWZ gronden uit dezelfde KWZ verwerkt worden mits respect van het standstill principe. 
 
Lantis werkt, volgens de Technische Verslagen die werden geschorst, voor PFAS-gronden met één KWZ voor de projecten Infrastructuurwerken Linkeroever, Scheldetunnel en de Veiligheidsberm.  
 
Concreet wil dit dan zeggen dat voorzien was dat: 

  • Alle PFAS-grond blijft binnen de KWZ (conform richtlijn OVAM – geen externe afvoer) 
  • Aanleg Veiligheidsberm op terrein 3M voor de meest vervuilde gronden (+70µg/kg ds) die op die manier uit de leefomgeving worden verwijderd 
  • Alle gronden meer dan 70 µg/kg ds worden afgedekt zodat verspreiding via stof en infiltratie van regenwater onmogelijk is 
  • Binnen KWZ principe: grond enkel verplaatsen naar zone met grotere verontreiniging (conform Vlarebo) 
  • Het resultaat is niet alleen een standstill, maar zelfs een verbetering van de situatie want de meest vervuilde gronden worden ingepakt en door de andere PFAS-gronden bij elkaar te brengen (o.a. in bermen) wordt ook de uitloging naar de omgeving beperkt. 

Wat is een Technisch Verslag? 

Een Technisch Verslag is een bodemonderzoek dat opgesteld wordt onder leiding van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Het bepaalt de milieuhygiënische kwaliteit en de hergebruiksmogelijkheden van de nog uit te graven grond.  

De hergebruiksmogelijkheid van gronden worden vastgelegd aan de hand van een codering (XYZ) 

  • X: Hergebruik als bodem buiten de kadastrale werkzone (KWZ) 
  • Y: Hergebruik als bodem en bouwkundig bodemgebruik binnen de KWZ 
  • Z: Hergebruik als bouwkundig bodemgebruik buiten de KWZ 
     

Na de opmaak van het Technisch Verslag wordt dit ter conformverklaring voorgelegd bij een erkende bodembeheerorganisatie die het checkt op volledigheid, correctheid en uitvoerbaarheid. 

Een Technisch Verslag is verplicht bij verdachte grond en bij niet-verdachte grond wanneer het totale volume uitgegraven grond meer dan 250 m³ bedraagt. 

Wat zijn de gevolgen van het arrest van de Raad van State voor de Oosterweelwerken? 

De grondverzetwerken op de werf Scheldetunnel en op de werf Linkeroever met gebiedseigen grond liggen stil. Ook het grondverzet naar de Veiligheidsberm op de terreinen van 3M is gestaakt.  

Er is een beperkt aantal activiteiten mogelijk. Extern aangevoerde grond mag nog verwerkt worden en ook activiteiten zonder grondwerken kunnen uitgevoerd worden. Activiteiten in deze context worden vanaf maandag 10 januari 2022 hervat.  

Wat zijn de gevolgen van het arrest van de Raad van State voor Vlaanderen?  

Het arrest is geen Oosterweel-, maar een Vlaams probleem. Voor alle "gecombineerde" projecten in Vlaanderen zijn Kadastrale Werkzones op deze manier bepaald.  

Gevolg: een aantal projecten in Vlaanderen loopt dus eveneens het risico op schorsing van het Technisch Verslag. Denk aan brownfields, grote verkavelingen, lijninfrastructuur, stadsontwikkelingsprojecten, industrieterreinen... zowel privaat als publiek. 

Is er een doorstart van de werken mogelijk na het arrest van de Raad van State?  

Lantis, de bouwheer van het Oosterweelproject, maakt volop werk van nieuwe Technische Verslagen per vergund project (Linkeroever en Scheldetunnel). De nieuwe Technische Verslagen moeten, van zodra ze conform verklaard worden, toelaten om de grondwerken binnen het Oosterweelproject opnieuw volledig op te starten. 

Er worden Technische Verslagen opgemaakt voor Scheldetunnel en Linkeroever. De werken aan de veiligheidsberm op de terreinen van 3M worden voorlopig opgeschort. De gronden met een hogere concentratie dan 70 µg/kg ds, dit zijn de gronden die tot voor kort werden afgevoerd naar de terreinen van 3M, zullen in de Technische Verslagen worden aangevinkt als zijnde “af te voeren”. De volgende zes maanden zoekt Lantis naarstig naar een structurele oplossing voor dit grondverzet. 

Met het indienen van nieuwe Technische Verslagen wordt een eerste stap richting oplossing gezet, maar het is duidelijk dat er nog een aantal stappen nodig zullen zijn vooraleer er een duurzame oplossing bestaat voor de gehele problematiek. Lantis roept iedereen op tot een oplossingsgerichte dialoog en samenwerking.  

Worden er in tussentijd nog maatregelen getroffen om PFAS-risico’s voor de omgeving te beperken?  

De tenuitvoerlegging van dit arrest mag geen ongunstige impact hebben op de gezondheid van de omwonenden.  

  • Stofcoördinator blijft actief 
  • Stofmonitoring blijft actief 
  • Bij negatieve weersomstandigheden (droogte en wind) zullen de werfwegen en grondhopen met PFAS vochtig gehouden worden 
  • PFAS-gronden worden ingezaaid en beschermd tegen verstoffing 
  • Afscherming van en toezicht op de werf blijft behouden  

Waar vind ik de meetresultaten terug voor PFAS op de Oosterweelwerf?

We hebben interactieve dashboards opgesteld die we regelmatig bijwerken om de nieuwste resultaten toe te voegen. Enerzijds zijn er de resultaten van de grond- en luchtmetingen. Anderzijds geven we ook de resultaten van de grondwaterzuiveringsinstallatie. Daarmee reinigen we het opgepompte grondwater voor we het water weer laten infiltreren in de ondergrond of laten wegvloeien in de Schelde.

Waarom zijn er verschillende kleurschakeringen bij de meetpunten op de kaart?

Voor de grondmetingen hebben we de resultaten onderverdeeld volgens de grenswaarden die gelden voor het gebruik van grond dat PFOS bevat: 3 en 70 µg/kg ds.*
Voor de luchtmetingen worden de resultaten getoetst aan een conservatief toetsingskader, afgeleid uit de meest recente normen. De gezondheidsnorm voor alle PFAS samen ligt daar op 2,2ng/m³.

Op verschillende plaatsen werden meerdere stalen genomen. Die kunnen zowel verschillen in de tijd als in de diepte (voor grondmetingen). Wanneer de resultaten van die metingen verschillen, krijg je een mix van de respectievelijke kleuren.

Kan ik uit deze resultaten ook iets afleiden voor mijn woonomgeving?

Lantis is enkel bevoegd om metingen uit te voeren binnen het Oosterweelprojectgebied. Dat gebied duiden we ook aan met de projectgrens op de kaart. Deze metingen zijn dus niet zomaar toepasbaar op de woongebieden daarrond. Want de vervuilingsconcentraties verminderen snel eens je weggaat van de kern van de vervuiling; 3M. Hoewel de cijfers uit onze metingen een indicatie kunnen zijn, is het niet mogelijk om conclusies voor de woonomgeving te trekken zonder effectieve metingen in die omgeving.

Waarom worden de luchtmetingen van 9/6/2021 niet vermeld op de kaart?

De techniek voor de eerste luchtmeting liet ons nog niet toe om PFAS-concentraties lager dan 0,004µg/m³ of 4ng/m³ te detecteren. Daardoor konden we niet uitsluiten of er PFOS boven of onder de gezondheidsgrens van 2,2ng/m³ in het verzamelde stof zat. Vanaf de tweede stofmetingen stond de techniek wel op punt om lagere concentraties te meten.

Wat is SOF?

SOF is de “som van opgeloste organische fluorverbindingen” en dus een indicatie van fluorverbindingen in het grondwater. Bij de vergunningsaanvraag werd ons opgedragen om ook deze parameter mee op te nemen.

Waarom zijn er soms langere perioden zonder waarden bij de waterzuiveringsinstallatie?

De waterzuiveringsinstallatie is niet permanent in werking. Er zijn immers niet elke dag bemalingen (oppompen van het grondwater) en bovendien wordt al het opgepompte water eerst verzameld in een retentiebekken. Daardoor kan het zijn dat er gedurende een periode van dagen tot enkele weken geen waarden beschikbaar zijn.

*Voorlopig nog volgens de grenswaarden uit het Technisch Verslag dd. 22/11/2021.

Hoe is Lantis omgegaan met het eerste advies van de Commissie Grondverzet Oosterweel (14/7/2021)?

Wat hield het advies juist in? 

Op 14 juli 2021 stelde Vlaams minister Lydia Peeters samen met de opdrachthouder voor de aanpak van de PFS-problematiek het rapport voor van de ‘Commissie Grondverzet’. Die expertencommissie boog zich over de vraag of er door de Oosterweelwerken een bijkomend risico op verdere verontreiniging bestaat.

De expertencommissie formuleerde 2 hoofdaanbevelingen om maximaal risicogebaseerd te werken.

  • Dat is enerzijds een herzonering van de werf, waarbij het gebied nauwgezet wordt heringedeeld volgens de gemeten verontreiniging en alle gronden met PFOS-waarden boven 3µg/kg ds volgens een risico-evaluatie worden verzet. Dat laat toe om het standstill-principe zeer doelgericht toe te passen en de aanwezige bodem enkel aan te vullen met grond met dezelfde of een lagere PFOS-waarde.
  • Een tweede belangrijke aanbeveling is om de zwaarst vervuilde grond, met waardes van meer dan 70µg/kg ds, te concentreren in 1 berm (die op het bedrijfsterrein van 3M wordt aangelegd) en waarbij deze grond boven en onder wordt afgedekt zodat deze geen impact heeft op de aanwezige bodem.

Tegelijk stelt de expertcommissie vast dat Lantis in vrijwel alle operaties goede praktijken en beste beschikbare technieken hanteert. Lantis doet dat met veel aandacht voor de verontreinigde gronden.

Uit de analyse blijkt dat er nog voor een aantal aspecten verbetering mogelijk is. Het gaat niet om een grote omslag in aanpak, geen koerswijziging, maar veeleer aanvullende aanbevelingen. De commissie vraagt om verdere optimalisatie van bepaalde processen en het consequent doortrekken van werklijnen die ze voor zichzelf hadden uitgezet.


Inwoners kunnen gerust zijn dat indien Lantis de lijn doortrekt en de aanbevelingen volgt, de werken de PFOS-verontreiniging niet negatief zullen impacteren. Bovendien vraagt de commissie dat Lantis ook meer zal inzetten op transparante communicatie met de bewoners, die hierin ook actieve rol kunnen opnemen.

Het volledige rapport is te raadplegen op de website van Vlaanderen

Hoe is Lantis omgegaan met dit advies?

Lantis neemt de aanbevelingen van de Commissie ter harte. 

  • In juni 2021 is Lantis gestart met periodieke luchtmetingen. Aan de hand van deze metingen gaan we na of het stof dat wordt aangetroffen op de werf PFOS bevat. De resultaten zijn telkens zeer duidelijk: er is geen verhoogd blootstellingsrisico via de lucht. Op vraag van de Expertencommissie blijven we deze meetcampagnes uitvoeren voor betere resultaten op de langere termijn. De uitvoering van luchtmetingen wordt ondertussen via omgevingsvergunningen verankerd in de uitvoeringen van de werken. De resultaten van deze meetcampagnes worden telkens ook op de website gepubliceerd. Daarnaast zijn ze ook te raadplegen via het dashboard dat op onze website staat.
  • Daarnaast hebben Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uitgerold, waarbij we voortdurend de concentraties van fijn stof in de omgevingslucht rond de Oosterweelwerf meten. Op die manier monitoren we continu en ‘in real time’ wat de lokale bijdrage van de Oosterweelwerken is aan de hoeveelheid fijn stof in de lucht. Lees hier meer
  • De reeds opgemaakte Technische Verslagen (november 2021) voor de werven ‘Scheldetunnel’ en ‘Linkeroever’ werden aangepast aan de verlaagde norm voor vrij hergebruik van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA*. Voor de werven 'Oosterweelknoop', ‘Kanaaltunnels’ en ‘R1-noord’ werd meteen gewerkt met de verlaagde norm van 3 µg/kg ds PFOS/PFOA. 
  • Burgers kunnen via de website snel en eenvoudig meldingen doen wanneer ze zaken opmerken waar ze vragen bij hebben (zie Contact op de homepagina van de website). 
  • Er wordt geen grond met een concentratie > 70 µg/kg ds gebruikt in de leeflagen.* 
  • Het grond- en oppervlaktewater wordt gemonitord en dit wordt ook via het dashboard gedeeld door Lantis. 
  • De Palingbeek wordt minder diep en minder breed uitgegraven zodat er minder volume aan zwaar vervuilde grond opgegraven wordt. Zo kunnen alle gronden van de Palingbeek naar het terrein van 3M, en moet er wellicht geen zwaar verontreinigde grond meer verwerkt worden in een berm aan de Scheldetunnel.**

OPGELET: Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Om tegemoet te komen aan het oordeel van de Raad van State heeft Lantis aparte Kadastrale Werkzones opgemaakt per vergund project.

** Update maart 2022: naar aanleiding van de integratie van de Oosterweelwerken in een ruimer saneringstraject wordt dit opnieuw bekeken en wordt er naar gestreefd om toch de volledige herinrichting van de Palingbeek zoals voorzien te kunnen realiseren, dit gecombineerd met een sanering van deze omgeving en het afsnijden van de stroom van PFAS-vervuild grondwater naar de Palingbeek.

Hoe garandeert Lantis dat het de aanbevelingen van de Expertencommissie Grondverzet toepast?

Lantis heeft de aanbevelingen verankerd in officiële documenten. Op deze manier kan Lantis extern gecontroleerd worden op de toepassing van de aanbevelingen.
Lantis heeft enerzijds de Technische Verslagen (november 2021)* geactualiseerd (zowel Linkeroever als Scheldetunnel), en heeft  hierin de aanbevelingen van de commissie met betrekking tot het grondverzet meegenomen. De andere aanbevelingen zijn  gekoppeld aan de verschillende vergunningen voor de werken. Daartoe heeft Lantis vrijwillig  een “Bijstelling van de voorwaarden” van deze vergunningen aangevraagd. Op deze manier worden de aanbevelingen concreet en kunnen de verschillende toezichthoudende instanties op het terrein ook controleren of Lantis en zijn aannemers zich aan deze Technische Verslagen en bijgestelde voorwaarden houden, en zelfs optreden.

OPGELET: Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorst. Om tegemoet te komen aan het oordeel van de Raad van State heeft Lantis aparte Kadastrale Werkzones opgemaakt per vergund project.

Laatste Update: 7 maart 2022

Zorgen de werfactiviteiten in het met PFAS/PFOS-verontreinigd gebied voor een verhoogd blootstellingsrisico via de lucht in de omgeving?

We begrijpen dat er bij de omwonenden ongerustheid kan zijn over de PFAS/PFOS-verontreiniging. Zowel Lantis als de aannemer dragen er zorg voor dat de verontreinigde gronden binnen het projectgebied blijven, ook in de vorm van opwaaiend stof.

Stofmeetnet rond de Oosterweelwerken meet voortdurend de concentratie fijn stof in de lucht

Om de impact van de Oosterweelwerken op de verspreiding van fijn stof via de lucht in de omliggende woonkernen te meten, rollen Lantis en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stofmeetnet uit. Via vijf meetstations – die de volledige Oosterweelwerf omringen – meten we tot het einde van onze werken in dit gebied (2027), continu en ‘in real time’ de concentraties fijn stof in de omgevingslucht. Indien er stofpieken worden gemeten waarschuwt de VMM de stofverantwoordelijke van Lantis, zodat er bijkomende maatregelen genomen kunnen worden.

Belangrijk om hierbij te onderstrepen is dat een stofpiek niet hetzelfde is als een verhoogde aanwezigheid van PFAS in de lucht. Je kan veel fijn stof hebben, maar daarom heb je niet veel PFAS. Niet alle grond waar we in of mee werken is immers verontreinigd. En gezien de aanwezigheid van ook andere activiteiten dan onze werfactiviteiten
kunnen ook die zorgen voor de vorming van fijn stof. De meetresultaten zullen via de website van de VMM raadpleegbaar zijn.

Periodieke metingen op de Oosterweelwerf

Om te controleren of de maatregelen tegen het verspreiden van verontreinigde gronden ook effectief zijn, voert Lantis ook luchtmetingen uit op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen op de Oosterweelwerf op Linkeroever.  

Met deze meetcampagne volgt Lantis het potentiële blootstellingsrisico tijdens de werken op over een langere termijn. De resultaten van de metingen voegen we hieronder steeds toe van zodra ze beschikbaar zijn. Alle reeds uitgevoerde luchtmetingen toonden aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door stof. 

Bekijk hier de kaart met luchtmetingen.

Reeks 1: 9 juni 2021 – geen PFAS gevonden in stofmeting 

Om het potentiële maximale blootstellingsrisico via stofvorming door de activiteiten op de Oosterweelwerf te berekenen, zijn op 9 juni 2021 ‘totaal stof metingen’ uitgevoerd op drie locaties. Bij zo’n meting wordt de omgevingslucht over een filter gezogen, waarop de aanwezige stofdeeltjes achterblijven. De uitdrukking ‘totaal stof’ betekent dat er geen onderscheid gemaakt wordt in soorten stof die we aantreffen. 

Voor de berekening werd de totaal stofconcentratie gecombineerd met de hoogst gemeten PFAS-concentratie in de bodem binnen de werfzone. De volledige berekening is terug te vinden in onderstaand rapport. Het resultaat van de berekening wordt uitgedrukt in PFOA-equivalent. PFOA is net als PFOS een lid van de ‘PFAS-familie’. Uit de bodemanalyses in opdracht van Lantis op Linkeroever en Zwijndrecht, blijkt dat de verontreiniging voornamelijk uit PFOS bestaat. Om de resultaten te kunnen vergelijken met internationale standaarden, wordt alles omgerekend naar een PFOA-equivalent. 

Uit de berekening blijkt dat er een maximale theoretische opname is van 0,0038 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim 10 keer lager dan de gezondheidskundige grenswaarde die het Europese Voedselveiligheidsagentschap (EFSA) hanteert, namelijk 0,044 microgram (µg) PFOA/dag. Zo’n gezondheidskundige grenswaarde geeft aan welke hoeveelheid PFOA je tijdens jouw leven dagelijks maximaal mag opnemen zonder dat dit gevolgen heeft voor je gezondheid. Op basis van deze toetsing kunnen we dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico is voor omwonenden via de lucht door opwaaiend stof van de Oosterweelwerf. 

Om deze berekening te bevestigen, werd op 9 juni 2021 ook een eerste reeks PFAS-luchtmetingen uitgevoerd. Het labo kon geen aanwezigheid van PFAS aantonen. Geen enkele meting gaf namelijk concentraties hoger dan de rapportagegrens van 0,004 µg/m³ tot 0,006 µg/m. Hoeveel lager de werkelijke concentraties liggen, kan niet exact gezegd worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de PFAS-concentratie in de lucht te vergelijken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA-eq./dag. Een rapportagegrens van 0,006 µg/m³ komt immers overeen met 0,130 µg PFOA-eq./dag (0,006 µg/m³ x 2 x 10,8 m³/dag). 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 9 juni 2021 terug*: 

Omdat bij deze eerste PFAS-luchtmeting de rapportagegrens niet laag genoeg was om het potentiële blootstellingsrisico te berekenen en af te wegen tegenover de EFSA-grenswaarde, werd de methode verfijnd om een lagere rapportagegrens te bekomen voor de volgende metingen.  

Reeks 2: 29 juni en 1 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De tweede reeks metingen werd uitgevoerd op 29 juni en 1 juli. In totaal zijn er op zes locaties metingen uitgevoerd. De rapportagegrens voor deze metingen lag op 0,0003 µg/m³ tot 0,0004 µg/m³. Daarmee lag de nieuwe rapportagegrens 10 keer lager dan de rapportagegrens van de eerste meeting, waardoor er nog nauwkeuriger gemeten kon worden. Bovendien kan met die rapportagegrens ook het potentiële blootstellingsrisico getoetst worden aan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde. 

Op vijf meetlocaties lagen de meetwaarden onder de rapportagegrens, dus werden opnieuw geen PFAS aangetoond. Op de zesde meetlocatie, op het terrein van 3M, werd wel PFOS gevonden, in een concentratie juist boven de rapportagegrens (0,00039 µg/m³). Op basis van dezelfde berekening als in het eerste rapport, komt dit overeen met een potentiële inname van 0,0084 µg PFOA-eq./dag. Deze waarde ligt ruim onder de afgeleide EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag, waarbij uitsluitend blootstelling via de lucht beschouwd wordt. Dit toont opnieuw aan dat er geen verhoogd blootstellingsrisico was voor omwonenden.  

 
Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 juni en 1 juli 2021 terug*: 

Reeks 3: 16 juli 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De derde reeks metingen is uitgevoerd op 16 juli. De zes meetlocaties bevonden zich op een deel van de 3M-site die Lantis in werfleen heeft en waar eerder een PFOS-concentratie gemeten werd. Tijdens de meting werd er op de site in de grond gewerkt.

Op elk van de zes punten werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens. Voor vijf van de zes meetpunten was de rapportagegrens 0,0003 µg/m³. Voor de zesde locatie was er een probleem met de stroomvoorziening, waardoor er slechts de helft van de tijd stof aangezogen werd. Doordat het aangezogen luchtvolume lager ligt, is de rapportagegrens hier 0,0006 µg/m³.  

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de rapportagegrens. Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,013 µg PFOA-eq/dag (0,0006 µg PFOS/ = 0,0012 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), hetgeen duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag.  

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 16 juli 2021 terug*: 

Reeks 4: 25 augustus 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vierde reeks metingen werd uitgevoerd op 25 augustus. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stofgehalte lag hoger op plaatsen met veel werfverkeer dan op braakliggend terrein. Toch werd enkel op het eerste meetpunt PFOS boven de rapportagegrens gemeten. Op de andere plaatsen werd geen PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). De gemeten PFOS-concentratie op het eerste meetpunt bedroeg 0,0005 µg/m³, wat overeenkomt met een PFOA-equivalent van 0,001 µg/m³. De potentiële dagelijkse PFOS-inname, uitgedrukt als PFOA-equivalent, ligt met 0,011 µg PFOA-eq./dag (0,001 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), duidelijk lager dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 augustus 2021 terug*:

Reeks 5: 17 september 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden 

De vijfde reeks metingen werd uitgevoerd op 17 september. Er vonden geen specifieke werken in PFAS houdende grond plaats. Daarom is er gekozen om metingen uit te voeren op locaties waar verstoffing kon optreden (zoals braakliggend terrein), waar gronden liggen opgeslagen en/of werfverkeer aanwezig is. 

De zes meetlocaties lagen verspreid over de werfzone in de buurt van de E34 en het knooppunt Sint-Anna. Het totaal stof gehalte lag hoger op plaatsen met activiteiten zoals werfverkeer dan op braakliggend terrein. Maar op geen enkel meetpunt werd PFAS gemeten boven de rapportagegrens van 0,0003 tot 0,0004 µg PFOS/m³ (afhankelijk van het volume lucht per meettoestel). Op de vijfde meetlocatie werd er omwille van een stroomonderbreking bij het meettoestel een lager volume lucht verwerkt. Om te compenseren dat er hier minder lang gemeten werd, lag de rapportagegrens voor dit toestel op 0,0007 µg/m³. 

Om een vergelijking te kunnen maken met de EFSA gezondheidskundige grenswaarde, werd de potentiële maximale dagelijkse PFOS-inname berekend door te veronderstellen dat de werkelijk gemeten concentratie gelijk is aan de hoogste rapportagegrens (meetpunt vijf). Dit geeft een maximaal blootstellingsrisico van 0,015 µg PFOA-eq/dag (0,0007 µg PFOS/m³ ofwel 0,0014 µg PFOA-eq./m³ x 10,8 m³/dag), wat duidelijk lager ligt dan de EFSA gezondheidskundige grenswaarde van 0,044 µg PFOA/dag. Er werd dus geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden. 

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 17 september 2021 terug*:  

Lagere PFAS-grenswaarden, zelfde resultaat: alle metingen tonen geen verhoogd blootstellingsrisico

Het tijdelijke toetsingskader dat Lantis opstelde, werd in oktober 2021 door het Vlaams Instituut voor Technologie en Ontwikkeling (VITO) beoordeeld en bevestigd, mits enkele aanpassingen. Het belangrijkste hierbij is dat de gemeten PFAS-waarden niet meer worden omgezet naar PFOA-equivalenten om ze zo te kunnen vergelijken met de TWI die door EFSA werd opgesteld van 33 ng PFOA/dag of een concentratie van 4.1 ng/m³ PFOA in de lucht. 

Voortaan wordt de som van vier PFAS (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS) gebruikt om die af te zetten tegen de gezondheidsnorm. De gezondheidswaarde wordt bovendien verstrengd zodat de som van PFAS voortaan niet hoger mag zijn dan 2,2 ng/m³. 

Het is belangrijk om te weten dat dat ook dit toetsingskader slechts tijdelijk is. Op basis van voortschrijdend inzicht en lopende onderzoeken, wordt dit minstens jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Eens er Vlaamse normen worden opgemaakt, zal Lantis die uiteraard ook hanteren. 

Vorige metingen opnieuw geëvalueerd met nieuwe methode 

Niet alleen gebruikt Lantis een nieuw toetsingskader voor de toekomstige metingen. We hebben ook de resultaten van de vijf voorgaande metingen vergeleken met de nieuwe grenswaarde. Sommige van de PFAS die gemeten werden, kwamen in zulke lage concentraties voor, dat ze niet exact bepaald konden worden. Ze lagen immers onder de rapportagegrens. Daarom werkten we telkens drie scenario’s uit met de volgende waarden: 

  • ondergrens (OG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan nul. 
  • midden grens (MG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de helft van de rapportagegrens. 
  • Bovengrens (BG): de concentraties van de PFAS die gerapporteerd worden als ‘< RG’, worden gelijk gesteld aan de rapportagegrens. 

Conclusie blijft hetzelfde: geen overschrijdingen van toegelaten blootstelling 

Voor de resultaten van de voorgaande metingen verandert er weinig tot niets. De conclusie uit de eerdere rapporten blijft gelden. Op bepaalde locaties is er PFAS in de lucht vastgesteld, maar er is geen sprake van een overschrijding van de toegelaten blootstelling via de lucht. 

Enkel voor de metingen van 16/07 en van 17/09 is er een theoretische kans dat er op 1 specifiek meetpunt een lichte overschrijding was van de toegelaten blootstelling. Maar dat is te wijten aan technische storingen waardoor rapportagegrens verhoogd werd om te compenseren voor een lager volume verwerkte lucht. In realiteit valt te verwachten dat de gemeten waarde in overeenstemming is met de andere meetpunten en dus lager ligt dan de verhoogde rapportagegrens.

Bekijk hier het volledige rapport.*

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Reeks 6 & 7: 30 september & 1 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 30 september en 1 oktober voerden we een nieuwe reeks metingen uit ter hoogte van de Palingbeek (werfzone Scheldetunnel). Die locatie was zeer interessant aangezien er ontgravingswerken uitgevoerd werden en er tijdens het voorgaande bodemonderzoek een verhoogde PFAS-concentratie in de bodem was vastgesteld.

Op beide dagen werden vijf meetpunten opgezet. Op 30 september werden er vier ten noorden van de Charles de Costerlaan geplaatst, het vijfde stond ten zuiden ervan. Een dag later werden de meetstations 4 en 5 iets dichter bij de Charles de Costerlaan geplaatst. Zo konden we de licht verplaatste werfactiviteiten beter opvolgen.

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde grondwerken slechts beperkt voor verstoffing en bijgevolg potentiële verspreiding zorgden.

Geen enkele meting gaf een PFAS-concentratie boven de rapportagegrens van 0,4 ng/m³. Als we dan uitgaan van een worstcasescenario waarbij de PFAS-concentraties gelijk zijn aan de rapportagegrens, komen we uit op een maximale concentratie van 1,6 ng/m³. De PFAS-concentratie ligt in dit worstcasescenario lager dan de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 30 september en 1 oktober 2021 terug*:

Reeks 8: 27 oktober 2021: geen verhoogd blootstellingsrisico gevonden

Op 27 oktober werd een nieuwe reeks metingen uitgevoerd, met vijf meetpunten tussen het terrein van 3M en de E34 en een zesde meetpunt aan de school ‘de Leerexpert’ in Zwijndrecht, ter hoogte van Burchtse Weel.

Door een fout bij het inschakelen van de pomp is er geen meting uitgevoerd op meetlocatie 1, gelegen op het terrein van 3M. Op meetlocatie 4, aan de werfkeet waar ook vervuilde gronden worden gestockeerd, was er eveneens een technisch probleem. Hierdoor lag het volume aangezogen lucht lager dan op andere locaties. Dit lagere volume resulteert in een hogere rapportagegrens voor dit meetstation (1 ng/m³) in vergelijking met de analyses uitgevoerd voor de andere meetstations (0,2 tot 0,5 ng/m³). 

De resultaten voor totaal stof tonen opnieuw aan dat er weinig verstoffing was in vergelijking met de metingen tijdens drogere perioden (60 à 70 versus 386 µg stof/m³). We kunnen daaruit afleiden dat de uitgevoerde activiteiten slechts beperkt voor verstoffing en dus potentiële verspreiding zorgden.

Hoewel er voor meetstation 4 geen PFAS gevonden werden boven de rapportagegrens van 1 ng/m³, is er een theoretische kans – indien de effectieve concentratie gelijk zou zijn aan de rapportagegrens – dat het totale PFAS-gehalte gelijk is aan 4 ng/m³. Omdat hier wetenschappelijk gezien geen zekerheid over bestaat, doen we over dit meetpunt geen uitspraak. Gezien de lagere rapportagegrens voor de andere meetpunten, kan hiervoor wel met zekerheid gesteld worden dat de huidige toetsingswaarde van 2,2 ng/m³ niet overschreden werd. We kunnen dus stellen dat er geen verhoogd blootstellingsrisico werd vastgesteld.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 27 oktober 2021 terug*:

Reeks 9: 25 november 2021: PFAS-concentratie gemeten op de werf op korte afstand tot de werkzaamheden

Op 25 november 2021 zijn er werken uitgevoerd op de 3M site in het kader van de aanleg van de veiligheidsberm en dan met name de aanvoer van met PFAS-vervuilde grond. Dergelijke activiteiten houden een bijkomend verspreidingsrisico in. Daarom zijn er totaal stof- en PFAS-metingen uitgevoerd op verschillende locaties.

De resultaten voor totaal stof tonen in het algemeen aan dat er weinig verstoffing was (20 tot 66 µg/m³) in vergelijking met de metingen uitgevoerd gedurende drogere perioden (60/70 tot 386 µg stof/m³). De verstoffing ten gevolge van de activiteiten bleek, mede door de weersomstandigheden, zeer beperkt.

Wat PFAS betreft zijn er enkel effectieve PFOS-concentraties vastgesteld ter hoogte van de twee meetpunten aan de ingang van de 3M site, daar waar de vrachtwagens geladen werden en het terrein opreden. Ter hoogte van de overige drie meetpunten verder op het terrein waren de vastgestelde PFAS-concentraties kleiner dan de rapportagegrens van 0,5 en 0,4 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen.

De tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) wordt ter hoogte van deze drie punten voor geen van de berekende grenzen (onder, midden en boven) overschreden. Op de twee meetpunten ter hoogte van de ingang is er dus wel een PFAS-concentratie gemeten van respectievelijk 1,4 en 2,0 ng/m³. Voor de laagste concentratie vastgesteld ter hoogte van meetpunt 1 valt de middengrens samen met de tijdelijke toetsingswaarde en houdt de bovengrens een overschrijding in. Ter hoogte van meetpunt 2 blijkt er sprake van een overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel de midden- als bovengrens. De vastgestelde PFAS-concentraties zijn de hoogste concentraties in lucht gemeten sinds de opstart van de metingen. Daarnaast is er bij voorgaande meetcampagnes niet eerder op twee meetpunten een PFAS-concentratie vastgesteld. Hierdoor is het momenteel nog niet mogelijk om te bepalen of het een werkelijk verschil in concentratie betreft, of dat er toch andere factoren spelen. Wanneer de, door het labo ingeschatte, meetfout van 20 tot 30 % in acht genomen wordt, lijkt het verschil van een factor 1,5 eerder relatief. Mogelijks levert de toenemende dataset in de toekomst meer inzichten op.

Vast staat wel dat de teruggerekende PFAS-concentratie per kg stof, voor meetpunt 1 en 2 bedraagt dit respectievelijk 21 en 42 mg PFAS per kg droge stof, merkelijk hoger liggen dan de concentraties die zijn vastgesteld in de getransporteerde grond en tijdens bodemonderzoeken binnen de hele werfzone. Vermoedelijk is het wel mogelijk dat dergelijke hoge concentraties voorkomen op de 3M site. Echter is het ook uit de analyse van de windrichting niet geheel duidelijk of de oorzaak daar gezocht moet worden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 25 november 2021 terug*:

Reeks 10: 22 december 2021: PFAS-concentratie gemeten aan de rand van de werf op korte afstand tot de werkzaamheden. Vermoedelijk geen verhoogd blootstellingsrisico gezien de windrichting.

Op 22 december 2021 zijn er totaal stof en PFAS-metingen uitgevoerd op korte afstand van de Neerstraat te Zwijndrecht. De aanleiding was het uitvoeren van grondwerken vlakbij de Neerstraat en de melding van VMM/VITO dat de weersomstandigheden gelijkaardig zouden zijn aan die waarbij eerder reeds fijn stof pieken geregistreerd werden. Of deze veroorzaakt werden door activiteiten op de werf is niet met zekerheid te zeggen.

De twee meetpunten lagen tegen de zuidgrens van de werf aan. Meetpunt 1 lag aan de westelijke rand van werkzone. Meetpunt 2 bevond zich op kortere afstand en juist ten zuiden, windopwaarts dus, van de op dat moment uitgevoerde werken. Vanuit meetpunt 2 bekeken, bevond meetpunt 1 zich iets meer in de windafwaartse lijn. De meetresultaten tonen dat de stofvorming (50 en 69 µg/m³) laag was vergeleken met de meetresultaten tijdens drogere periodes (60/70 tot 386 µg stof/m³).

Wat PFAS betreft was de concentraties op meetpunt 1 kleiner dan de rapportagegrens (RG). Op meetpunten 2 is er wel een PFAS-concentratie gemeten van 2,0 ng/m³. De concentratie van de overige drie PFAS ligt onder de rapportagegrens van 0,5 ng/m³. Volgens de berekende onder-, midden en bovengrens was er ter hoogte van meetpunt 1, dat dichter bij de bewoning lag, geen overschrijding van de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Voor meetpunt 2 valt de berekende ondergrens onder de tijdelijke toetswaarde, maar wijzen zowel de middengrens als de bovengrens op een overschrijding. Echter worden verhoogde concentraties ter hoogte van de bewoning onwaarschijnlijk geacht, aangezien emissies ten gevolge van de werkzaamheden door de heersende windrichting (voornamelijk) weggevoerd werden van de woningen gelegen ten zuiden van de werf.

Vertrekkende van de gemeten stof- en PFAS-concentratie kan teruggerekend worden naar de hoeveelheid PFAS per kg stof. Deze waarde blijkt echter merkelijk hoger te zijn dan de bodemconcentraties in deze zone van de werf, en zelfs de gehele werkzone, vastgesteld tijdens eerder uitgevoerde bodemanalyses (hoogste concentratie vastgesteld bij boring B20003: 551 µg PFAS/kg droge stof). Er is vandaag geen eenduidige verklaring voor deze vaststelling. Mogelijks heeft dit te maken met het heterogene verticale profiel van PFAS-concentratie in de bodem, of met de waterafstotende eigenschap van PFAS waardoor stofdeeltjes met geadsorbeerde PFAS sterker zullen verstoffen dan stofdeeltjes met minder of geen geadsorbeerde PFAS.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 22 december 2021 terug*:

Reeks 11: 28 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 28 maart 2022 zijn er drie metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De verhoogde fijn stof (PM10) zeggen niet direct iets over de eventuele PFAS-blootstelling. Om hier op een zo kort mogelijke termijn inzicht in te krijgen, werd besloten om uitzonderlijk flexibele metingen in te zetten buiten de werf. De resultaten van deze metingen worden gekenmerkt door een hogere rapportagegrens dan de metingen uitgevoerd door de VMM, maar zijn in het algemeen wel sneller beschikbaar.

Op twee locaties (Burchtse Weel en Neerstraat) is er een technisch probleem opgetreden waardoor het aangezogen volume lucht te beperkt is om een zinvolle toetsing uit te voeren en een uitspraak te doen over de eventuele PFAS-blootstelling.

Het meetpunt waarvan wel resultaten beschikbaar zijn, is de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site. Uit de totaal stof metingen blijkt dat de hoeveelheid stof beperkt was in vergelijking met de verstoffing gemeten tijdens andere droge periodes. Mogelijk zat de afwezigheid van activiteit op het terrein hier voor iets tussen. De PFAS-concentraties waren allemaal kleiner dan de rapportagegrens van 0,1 ng/m³. Dit maakt ook dat er volgens de berekende onder-, midden- en bovengrens geen overschrijding was van de tijdelijke toetsingswaarde voor zowel arbeiders als omwonenden, waaraan enkel getoetst wordt in de directe omgeving van bewoning.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 28 maart 2022 terug*:

Reeks 12: 29 maart 2022: geen verhoogd PFAS-blootstellingsrisico vastgesteld

Op 29 maart 2022 zijn er drie stof- en PFAS-metingen opgezet. Belangrijke aanleidingen voor deze metingen waren, net zoals op 28 maart, het droge weer en de vele overschrijdingen van de fijn stof (PM10) waarschuwings-/actiedrempel ter hoogte van de monitoringstations van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM).

De meetresultaten voor stof tonen aan dat er ter hoogte van de twee meetpunten die zich op (zeer) korte afstand van de werf bevinden verstoffing was. Het derde meetpunt bevond zich bij de waterzuiveringsinstallatie van Lantis op de 3M site, maar hier trad omzeggens geen verstoffing op.

Op basis van de PFAS-meetresultaten kan er gesteld worden dat de verhoogde stofconcentraties niet gepaard gingen met een verhoogde PFAS-blootstelling. Alle resultaten liggen onder de rapportagegrens van 0,1 of 0,2 ng/m³ (afhankelijk van het aangezogen volume). Deze rapportagegrenzen laten in de meeste gevallen een toetsing aan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden toe volgens de verschillende benaderingen (onder-, midden- en bovengrens). Enkel volgens de bovengrens benadering voor de twee meetpunten met de hogere rapportagegrens (Burchtse Weel en Neerstraat) kan geen uitspraak gedaan worden. Uit de toetsing volgens de overige benaderingen volgt dat de PFAS-concentratie ter hoogte van de drie meetpunten minstens kleiner was dan de tijdelijke toetsingswaarde voor omwonenden.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 29 maart 2022 terug*:

Reeks 13: 12 april 2022

Op 12 april 2022 zijn er vier stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten en locaties met speciale aandacht omwille van PM10 overschrijdingen en aanwezige bodemverontreiniging. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering op het 3M terrein (hoge PFAS concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van de Burchtse Weel, de waterzuivering en de grondstock aan de E34 beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³). Zeker voor het meetpunt aan de Burchtse Weel zit de windrichting hier vermoedelijk voor iets tussen. De wind waait namelijk vanaf het meetpunt in de richting van de werf. Ter hoogte van de Sint-Anna knoop is er daarentegen wel een hoge totaal stofconcentratie vastgesteld. De reden hiervoor is het transport van grond met vrachtwagens en tractors over een voor het grootste deel geasfalteerde weg die er tijdens (een deel van) de meting droog bij lag. De snelheid heeft ook duidelijk een invloed op de stofvorming. Er kan overwogen worden om het verder verlagen van de maximale snelheid, zeker op droge dagen, in te voeren als stof beperkende maatregel.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 of 0,2 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Van de vier meetpunten moet enkel dat ter hoogte van de Burchtse Weel getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³). Hier wordt voor elke benadering aan voldaan. De andere meetpunten bevinden zich op de werf en moeten bijgevolg getoetst worden aan de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³). Ook hier wordt ruimschoots aan voldaan voor alle benaderingen.

De PFAS analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘E34 - grondstock’ duiden wel op de aanwezigheid van twee andere PFAS met een concentratie boven de RG. Het gaat om PFBA (0,6 ng/m³) en PFBS (0,2 ng/m³). Geen van beide werden in het verleden gemeten in lucht (in opdracht van Lantis). Ook recente resultaten van VITO/VMM wijzen op zeer lage concentraties. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze twee PFAS werden gemeten. Volgende (reeds opgezette) meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 12 april 2022 terug*:

Reeks 14: 3 mei 2022

Op 3 mei 2022 zijn er zes stof- en PFAS-metingen uitgevoerd. Bij het bepalen van de meetlocaties is gekeken naar locaties met veel (transport-) activiteiten, locaties met PM10 overschrijdingen volgens het monitoringswerk van de VMM en de opmerking van de VMM bij het recente VITO rapport betreffende het ontbreken van meetpunten tussen 3M en de Oosterweelwerf. Deze opmerking komt voort uit het feit dat er in het rapport wordt aangegeven dat het op basis van de huidige gegevens niet mogelijk is om een onderscheid te maken tussen 3M en de Oosterweelwerf als bron. Er is gekozen voor een meting aan de Burchtse Weel (gemiddeld meeste PM10 meldingen), de waterzuivering en nog plaatsen op het 3M terrein (hoge PFAS-concentraties in de bodem), de grondstock aan de E34 (opslag deels onbegroeide grond) en de Sint-Anna knoop (veel transportbewegingen over een deels geasfalteerde weg).

De resultaten voor totaal stof tonen aan dat de verstoffing ter hoogte van alle meetpunten beperkt was in vergelijking met eerder gemeten stofconcentraties op droge dagen (60/70 tot 386 µg stof/m³ en een uitschieter tot 626 µg stof/m³), maar dat er wel een onderscheid gemaakt kan worden tussen een aantal meetpunten. De gemeten concentraties aan de Burchtse Weel en de Sint-Anna knoop zijn namelijk hoger dan op de overige meetpunten. Ter hoogte van de Burchtse Weel kan dit het gevolg zijn van de windrichting, aangezien deze van over de werf kwam. Gedurende de meetperiode zijn er twee PM10 meldingen geweest vanuit het VMM monitoringsnetwerk. De Sint-Anna knoop is een locatie met veel transport over een deels geasfalteerde weg, wat typisch aanleiding geeft tot (licht) hogere stofconcentraties. De gemeten stofconcentratie was wel merkelijk kleiner dan de meting op 12 april 2022, wat verklaard kan worden door het feit dat de weg nu gesproeid was. Deze maatregel lijkt dus zijn effect niet te missen.

Wat de EFSA PFAS (PFNA, PFOA, PFHxS en PFOS ) betreft, waren alle concentraties ter hoogte van de meetpunten Burchtse Weel en Sint-Anna knoop kleiner dan de rapportagegrens (RG) van 0,1 ng/m³. Dit wil zeggen dat er enkel met voldoende zekerheid gesteld kan worden dat de concentratie onder de RG lag, zonder hier een exacte concentratie voor te bepalen. Voor het meetpunt ter hoogte van de Burchtse Weel is de tijdelijke toetsingswaarden voor omwonenden (0,4 ng/m³) relevant. Hier wordt aan voldaan. Ook de meting aan Sint-Anna knoop voldoet aan deze tijdelijke toetsingswaarde, terwijl eigenlijk de tijdelijke toetsingswaarde voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant is. Bijgevolg wordt hier zeker aan voldaan. Voor de vier andere meetpunten is er telkens een PFOS concentratie vastgesteld, hoger dan de RG. De overige drie EFSA PFAS concentraties waren wel altijd kleiner dan de RG van 0,1 ng/m³. Aangezien deze meetpunten binnen de werfzone liggen zijn de tijdelijke toetsingswaarden voor arbeiders (2,2 ng/m³) relevant. Hier wordt voor alle benaderingen aan voldaan.

De PFAS-analyseresultaten ter hoogte van het meetpunt ‘3M-halverwege’ duiden bijkomend op de aanwezigheid van PFBS met een concentratie boven de RG, namelijk 10 ng/m³. Momenteel is het moeilijk te zeggen waarom juist deze PFAS op deze locatie werd gemeten. Ook is het moeilijk om de exacte bron te identificeren. Volgende meetcampagnes in dezelfde omgeving kunnen hier mogelijk meer duidelijkheid in scheppen.

Hieronder vind je de resultaten van de metingen van 3 mei 2022 terug*:

*Omwille van het beschermen van privacy zijn persoonsgegevens uit de rapporten anoniem gemaakt.

Op 19/04/2022 heeft de Raad van State dat de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel opnieuw geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil.

Laatste update: 20/06/2022

Is het door de PFOS-vervuiling niet beter om de Oosterweelwerken stil te leggen?

De Oosterweelwerken zijn niet schadelijk voor de volksgezondheid. Integendeel, ze verbeteren de situatie voor de volksgezondheid. De zwaarst vervuilde gronden worden met de best beschikbare technieken afgedekt en het met PFOS verontreinigde grondwater dat wordt opgepompt wordt maximaal gezuiverd tot er geen PFOS meer wordt aangetroffen. Dat is twee keer een verbetering van de huidige situatie. Als wij vandaag niet verder werken, blijft de problematiek van de verontreinigde PFOS-gronden en grondwater letterlijk liggen. Dankzij de Oosterweelwerken gaat de situatie erop vooruit.
 
Voor het Oosterweelproject gaan we zeer zorgvuldig te werk. De veiligheid en gezondheid van onze mensen, buren en de omgeving is onze belangrijkste prioriteit. Daarom nemen we heel wat maatregelen om op een verantwoorde wijze met de gronden om te gaan en stofvorming te voorkomen. Wij zetten sproei- en veegwagens in, om het opwaaien van stof tegen te gaan. We verdichten de PFOS-gronden of zaaien ze in, zodat verspreiding van stof niet mogelijk is. De meest vervuilde PFOS-gronden worden bovendien op veilige afstand van buurtbewoners bewaard. Experts voeren stofmetingen uit die bevestigen dat we zo veilig mogelijk werken. Op de site zijn er uiteraard risico’s: we moeten vermijden dat arbeiders met PFOS in contact komen. Net daarom hanteren we er erg strikte veiligheidsmaatregelen.

Wij doen al het mogelijke om de PFOS-verspreiding tot een absoluut minimum te herleiden. Is het risico nul? Allicht niet, maar dat is onmogelijk. Ook zonder Oosterweelwerf is er nog steeds het jarenlang bestaand risico. Een stilgelegde werf neemt dit bestaande risico niet weg, integendeel. Dat zou betekenen dat het zuiveren van het grondwater stopt en dat de opgegraven en gestockeerde gronden niet verwerkt en ingepakt worden, wat verdere verspreiding net tegenhoudt. Een stilgelegde werf zou bovendien de wissel op een leefbare toekomst voor Vlaanderen, Antwerpen, maar ook en vooral voor de mensen rond de Ring, op de helling plaatsen. 

UpdateOp 19/04/2022 heeft de Raad van State de conformverklaringen voor de grondwerken op de werven Linkeroever en Scheldetunnel geschorst. Het arrest legt de grondwerken in en met verontreinigde grond op onze werven in Linkeroever en Zwijndrecht tijdelijk stil. De juridische analyse van het arrest en de gevolgen daarvan zijn momenteel volop aan de gang.

Wat is een dading en waarom sloot Lantis er één af met 3M?

Wat is een dading?

Een dading is een overeenkomst waarbij partijen zich met het oog op de beëindiging of voorkoming van een geschil, binden aan een aantal afspraken. Een dading is vaak de formalisering van een bereikte schikking. Dit gebeurt door wederzijdse toegevingen te doen. Op die manier worden tijdrovende en kostelijke discussies voor de rechtbank vermeden.

Wanneer werd de dading met 3M afgesloten?

De dading werd afgesloten in het najaar van 2018. 

Waarom heeft Lantis een dading gesloten met 3M? 

Tussen 2016 en 2018 heeft Lantis bodemonderzoeken laten uitvoeren in het projectgebied op Linkeroever, ter voorbereiding van de Oosterweelwerken die daar gepland werden. Uit de resultaten van de onderzoeken bleek dat de verontreiniging veel ernstiger was dan aanvankelijk werd aangenomen. Bovendien lag er op dat moment geen verplichting bij 3M om gronden te saneren buiten hun fabrieksterrein. Het was juridisch onzeker dat we als Lantis kosten die we zouden maken om de verontreinigde grond te behandelen in het kader van het grondverzet van het project, zouden kunnen verhalen op de veroorzaker van de verontreiniging. De uitkomst van een onzekere juridische procedure zou bovendien tot 20 jaar kunnen aanslepen. 

Op dat moment hebben we beslist om voor een samenwerkingsovereenkomst te gaan zodat we toch nog de medewerking van 3M zouden krijgen om een deel van de problematiek gezamenlijk aan te pakken. 

Wat houdt de dading tussen Lantis en 3M precies in?

De dading omvat een aantal onderdelen. Allereerst mogen we de terreinen van 3M gebruiken om een tijdelijke waterzuiveringsinstallatie op te plaatsen. Dankzij deze installatie kunnen we al het grondwater dat we oppompen op onze werf, meteen zuiveren van PFOS. Het water dat we afvoeren naar de Schelde of terugpompen in de bodem, is dus gezuiverd dankzij onze werkzaamheden. Daarnaast stockeren we de zwaarst vervuilde grond op de terreinen van 3M in een zogeheten “veiligheidsberm”. Het beheer van die berm wordt overgedragen aan 3M. Tot slot maken ook de plaatsing van tijdelijke werfinstallaties op de terreinen van 3M deel uit van het akkoord met 3M. 

De dading ontslaat 3M niet van haar plicht tot sanering. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden. 

Dankzij de verschillende maatregelen uit de dading levert Lantis al sinds 2018 een substantiële bijdrage aan het verbeteren van de aangetroffen verontreinigde toestand. Goed om weten is dat op het moment dat Lantis de dading afsloot, er geen perspectief was dat de vervuiler weldra met een sanering zou starten. 

Hoe komt het dat de bijdrage van 3M slechts 75.000 euro bedraagt? 

De bijdrage van 75.000 euro dient ter compensatie aan Lantis voor het bouwrijp maken van de betrokken zone op de terreinen van 3M waar de veiligheidsberm wordt aangelegd. Een latere sanering, opgelegd door OVAM aan 3M, zal door 3M moeten betaald worden.

Betekent deze dading dat 3M als vervuiler niet meer aansprakelijk kan gesteld worden?

Neen. De saneringsplicht die door OVAM op 3M als saneringsaansprakelijke wordt opgelegd, staat volledig los van deze dading en wordt door deze dading ook op geen enkele wijze beïnvloed. 

Wanneer is de aanleg van de veiligheidsberm gestart? 

De aannemer is midden november 2021 gestart met de aanleg van de veiligheidsberm op de terreinen van 3M. De gronden die hiervoor gebruikt worden, zijn uitsluitend afkomstig van de werfzone van de Oosterweelwerken. Ze bevatten een concentratie van meer dan 70µg/kg ds PFAS en kunnen enkel onder voorwaarden binnen de kadastrale werkzone herbruikt worden.  

De berm zal tijdens de werken stelselmatig worden aangevuld met opgegraven gronden (concentratie > 70 µg/kg ds PFAS). Het transport van deze gronden naar de terreinen van 3M zal steeds afgedekt gebeuren, ttz met vrachtwagens waarvan de laadruimte afgesloten wordt. De berm zal naar schatting in 2023 klaar zijn.*   

In de dading die Lantis en 3M afsloten was opgenomen dat de grondhopen die reeds op de terreinen van 3M aanwezig waren, ook in deze berm verwerkt zouden worden, en dit op kosten van 3M. De Omgevingsinspectie heeft echter een PV opgemaakt over deze historische grondhopen. Het PV bepaalt dat 3M deze gronden voor 1 februari 2022 moet afvoeren en derhalve niet in de berm mogen verwerkt worden. Lantis is verder niet op de hoogte van de communicatie tussen 3M en de Omgevingsinspectie.  

* Op 29 december 2021 velde de Raad van State een arrest waarmee de Technische Verslagen dd november 2021 van de Oosterweelwerken Linkeroever en Scheldetunnel werden geschorstDe schorsing van de Technische Verslagen maakt dat er geen grond meer naar deze berm kan aangevoerd worden. Ook in de nieuwe Technische Verslagen dd maart 2022 is dit niet voorzien. De werken aan deze berm liggen dan ook stil.

Laatste Update: 7 maart 2022

Is de grond enkel op Linkeroever sterk verontreinigd met PFAS of ook op andere locaties van de Oosterweelverbinding?

Het Lobroekdok werd enkele jaren geleden al gesaneerd, was daar ook PFAS aanwezig?

Het Lobroekdok werd enkele jaren geleden al door Lantis gesaneerd ter voorbereiding van de verdieping van de Ring. Toen de kwaliteit van de bodem in kaart gebracht werd, bleek dat het slib sterk verontreinigd was met verschillende vervuilende stoffen. Dat slib werd verwijderd en afgevoerd naar Amoras. Dat is een gespecialiseerde installatie voor de verwerking van verontreinigd slib. 
 
Het slib was sterkt verontreinigd, maar op dat ogenblik was er geen vermoeden van de aanwezigheid van PFAS-verbindingen in het slib. Omwille van de nazorg van de sanering werd recent een nieuwe analyse uitgevoerd op het slib. Daaruit blijkt dat er ook PFAS-componenten aanwezig zijn in het Lobroekdok. Nieuw onderzoek moet uitwijzen of de bodem van het Lobroekdok voldoende gesaneerd werd. Over de oorzaak van deze verontreiniging kan Lantis voorlopig geen uitspraken doen. 

Welke PFAS-concentraties werden er aangetroffen op de rechteroever?

Op 10 maart 2021 publiceerde OVAM een nieuwe richtwaarde voor vrij gebruik van PFOS-houdende gronden. De tot dan toe geldende maximale waarde voor vrij hergebruik van 8 µg/kg ds PFAS werd verlaagd naar 3 µg/kg ds voor PFAS, 3 µg/kg ds voor PFOA en 8µg/kg ds voor de som van de gemeten PFAS. Lantis startte naar aanleiding van deze nieuwe richtwaarde, en gezien het vermoeden dat PFAS ruim verspreid is in de omgeving, een nieuwe onderzoekscampagne voor de Oosterweelwerken op rechteroever.

Uit de eerste resultaten van de bodemonderzoeken blijkt dat op meerdere locaties op rechteroever PFAS wordt aangetroffen in de bodem. De aangetroffen vervuiling zijn grotendeels PFOS-verbindingen. De gemeten concentraties liggen voor het overgrote deel in de range van 3-8µg/kg ds. Deze werden aangetroffen in de volgende zones:

  • Een groot deel van de Oosterweelknoop, meer bepaald de zone van de Scheldetunnel in het westen tot nabij de Hogere Zeevaartschool
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van de Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • Een lokale vervuiling nabij de voormalige Samga gebouwen
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van de Bredastraat (langs het Albertkanaal)
  • Een lokale vervuiling ter hoogte van Sportpaleis, kant Lobroekdok
  • Een lokale vervuiling, aan de oostkant van de R1, ca 200m ten zuiden van het nieuwe pompstation op het Groot Schijn.
  • Een lokale vervuiling langs de R1 Noord, net voorbij de oprit Groenendaallaan richting Nederland

De vervuiling aangetroffen op de Oosterweelknoop heeft hoogstwaarschijnlijk dezelfde bron als op Linkeroever. De bron van de andere vervuilingen is (nog) ongekend.

Bekijk hier de kaart met staalnames.

Ook in de waterbodems (het slib) van de verschillende oppervlaktewaters waarin werken zullen uitgevoerd worden werd PFAS aangetroffen (Lobroekdok, Albertkanaal, Amerikadok en Straatsburgdok).

Daarnaast lopen er nog onderzoeken naar de aanwezigheid van PFAS-verbindingen in het grondwater. Uit de eerste resultaten blijkt er op meerdere plaatsen PFAS-verbindingen aanwezig zijn in het grondwater, waarbij op dit ogenblik vooral in de omgeving van het Lobroekdok sterk verhoogde waarden worden aangetroffen*. De resultaten van verdere onderzoeken zullen gedeeld worden van zodra ze beschikbaar zijn.

*Karl Vrancken, opdrachthouder coördinatie aanpak PFAS-verontreiniging voor de Vlaamse regering, publiceerde op 31 januari 2022 een advies om geen grondwater te gebruiken in een zone van 500 meter rond het Lobroekdok

Wat met PFAS buiten het projectgebied?

Vanuit Lantis brengen we enkel de kwaliteit van de bodem in ons projectgebied in kaart. We hebben geen onderzoeken uitgevoerd daarbuiten en kunnen daarover dus ook geen uitspraken doen. 

Laatste Update: 7 maart 2022

Abonneer op PFAS